Regelgeving voor brandwerende en rookwerende deuren

Op het gebied van brandveiligheid worden er steeds strengere eisen gesteld aan brandvertraging, certificering, aansturing en sluiting van brandwerende deuren. De brandweerstand van een deur/kozijn-element bepaalt in welke mate de constructie in staat is om de brandontwikkeling te beperken en een bepaalde zone in een gebouw af te sluiten. Op het gebied van brandveiligheid geldt de Europese norm NEN-EN 1634-1.

De Europese norm NEN-EN 1634-1

In deze norm staat precies omschreven op welke manier een deur getest dient te worden en onder welke voorwaarden. De brandtest mag alleen maar worden uitgevoerd door een geaccrediteerde certificeringsinstantie. Verder moet er worden getest met een volledige deurconstructie zoals deze ook in de praktkijk wordt toegepast. Na de brandtest wordt er een testrapport opgemaakt en vanuit dit rappor en de brandtest wordt de prestatie van de deur geclassificeerd volgens de norm EN 13502-1.

De Europese norm NEN-EN 13501-1 specificeert de volgende klassen voor brandwerendheid van bouwdelen:

Klasse E: ‘Integriteit’ of het vermogen van het element om vlammen tegen te houden. Warmtegeleiding wordt wel toegelaten.
Klasse EW: ‘Integriteit met beperkte warmtestraling’ of het vermogen van het element om vlammen tegen te houden en het niveau van warmtestraling door het element te beperken.
Klasse EI: ‘Integriteit en Isolatie’ of het vermogen van het element om vlammen tegen te houden en de warmtegeleiding door het element te blokkeren.

Wat betekent deze EI eis?

Deze eis heeft betrekking op de thermische isolatie van het element. Dit betekent dat tijdens de test de gemiddelde temperatuur niet hoger mag worden dan 140 graden Celcius en op 1 thermokoppel niet warmer dan 180 graden Celcius. Tijdens de test loopt de temperatuur in de oven op tot ruim 1000 graden Celsius.

In veel Europese landen is deze EI eis van toepasssing voor publieke ruimten. Door het tegengaan van de warmte doorgifte tijdens de brand wordt de warmtestraling aan de andere kant van de branddeur beperkt. Hierdoor worden  vluchtwegen niet geblokkeerd door de hitte. In situaties waar deze eis van kracht is dienten deuren te voldoen aan de EI-eis, deze is onder te verdelen in de EI1 en de EI2.

  • EI1: thermokoppel op 25 mm vanaf het kader gemeten tijdens de brandtest
  • EI2: thermokoppel op 100 mm vanaf het kader gemeten tijdens de brandtest

Brand en rookontwikkeling

Rookontwikkeling is bij brand vaak een grotere bedreiging voor mensen dan de brand zelf. De door rook veroorzaakte desoriëntatie verlengt de vluchtwegduur uit een gebouw.

Rookwerendheid wordt in Nederland sinds het eerste Bouwbesluit in 1991 afgeleid van de vlamdichtheid. Hierbij wordt als vuistregel de anderhalf-maal-regel toegepast; als een wand 30 minuten brandwerend is op vlamdichtheid, dan wordt aangenomen dat hij 45 minuten rookwerend is. Van echte bescherming tegen rook was tot de recent gepresenteerde wijzigingen in het concept bouwbesluit Besluit Bouwactiviteiten Leefomgeving (BBL), dat in de zomer van 2015 is gepubliceerd, eigenlijk geen sprake. Maar hier komt nu verandering in.

Met de komst van deze nieuwe regels over rookwerendheid, die na een overgangsperiode van 3 jaar, in 2018 wettelijk van kracht worden, dienen deurconstructies te worden getest volgens EN 1634-3. Op basis van deze test worden de classificaties voor rookdoorlatendheid Sa en Sm bepaald.

  • Sa voor rookdoorlatendheid bij omgevingstemperatuur.
  • S200 voor rookdoorlatendheid bij hoge temperatuur (200 °C)

Afhankelijk van de toepassing van het bouwdeel, is één van beide criteria van toepassing. 

Ons advies ten aanzien van brand- en rookwerendheid

Dichtingen vormen een belangrijk onderdeel bij brandwerende deur/kozijnconstructies. Door materialen te gebruiken met een hoge ontbrandingstemperatuur, zoals bijvoorbeeld siliconen dichtingen, wordt het ontbranden en het wegsmelten van de afdichting vertraagd. Dit draagt bij aan een betere brandwerendheidsprestatie van de constructie. 

In het geval van valdorpels, die vaak worden toegepast in deur/kozijnconstructies om een barrièrevrije doorgang en een hoge geluidswerendheid te behalen, is er vaak sprake van een gecombineerde eis. Er gelden dan eisen voor zowel brandwerendheid als geluidswerendheid. Wanneer de toe te passen deuren zijn getest zonder valdorpel kunnen deurenfabrikanten - in de meest voorkomende situaties - met behulp van het testrapport van onze EllenMatic valdorpel aantonen dat het toepassen van de EllenMatic valdorpel geen afbreuk doet aan de brandwerendheid van de geteste constructie.

Volgens de norm EN 1634-3 mag bij de Sa-test de kier onderaan de deur worden dichtgeplakt. Wij zijn van mening dat bij beproevingen te allen tijde de praktijksituatie moet worden nagebootst. Daarom adviseren wij om in de praktijk bij Sa criteria altijd een valdorpel te plaatsen en dus ook te testen met een valdorpel. Want door koude rook te weren blijven vluchtroutes langer rookvrij en wordt materiële en lichamelijke schade door rook en roet beperkt. 

 

Brandtest Efectis

Inschrijven nieuwsbrief